Promotie Marja Hodes over ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking

Op 8 februari promoveerde Marja Hodes, psycholoog bij ASVZ, op het ondersteunen van ouders met een verstandelijke beperking. De titel van haar proefschrift luidt ‘Testing the effect of parenting support for people with intellectual disabilities and borderline intellectual functioning’.

Ouders met verstandelijke beperkingen komen in hun rol als ouder meer problemen tegen dan ouders zonder verstandelijke beperkingen. Eerder onderzoek toonde aan dat deze ouders geholpen kunnen worden met professionele opvoedhulp. Tot nu toe is vooral gekeken naar concrete verzorgingstaken. Promovenda Marja Hodes onderzocht een opvoedinterventie die gericht is op sensitief opvoeden. De basis hiervoor was het programma Videofeedback Intervention for Positive Parenting with the focus on Sensitive Discipline (VIPP-SD), ontwikkeld door het Centrum voor Gezinsstudies (Universiteit Leiden) en effectief gebleken in binnen- en buitenland voor ouders zonder beperkingen. Hodes heeft deze interventie nu toegankelijk gemaakt voor ouders met verstandelijke beperkingen (VIPP-Learning Difficulties).

Beperkingen en opvoedstress

In een gerandomiseerde effectstudie werd een groep van 85 ouders met verstandelijke beperkingen en moeilijk lerende ouders (soms zwakbegaafd genoemd) met hoge opvoedstress onderzocht. Dit gebeurde in het consortium ‘Wat Werkt voor ouders met verstandelijke beperkingen?’ waarin ook tien verschillende zorgaanbieders deelnamen, zoals de werkgever van Hodes, ASVZ. De leeftijd van de kinderen van deze ouders varieerde tussen de één en zeven jaar. Analyses toonden aan dat de groep met de opvoedinterventie gemiddeld niet extra verbeterde ten opzichte van de gebruikelijke ondersteuning. Hodes: “Een onverwacht resultaat was dat juist de ouders met een lager sociaal aanpassingsvermogen relatief meer vorderingen maakten in de opvoedinterventie .” De opvoedinterventie zorgde binnen de gehele groep ouders wél voor een daling van de opvoedstress, ongeacht het niveau van functioneren.

Risicovol ouderschap?

Hodes onderzocht ook indicatoren die vaak worden gebruikt om risicovol ouderschap op het spoor te komen. Hieruit bleek dat er geen verband was met een indicator zoals het IQ en geobserveerd opvoedgedrag. Ook met andere indicatoren was er geen samenhang, zoals een steunend netwerk, gedragsproblemen van het kind en de kwaliteit van de thuisomgeving. Hodes: “ Een lager sociaal aanpassingsvermogen was wel gerelateerd aan het opvoedgedrag. Deze samenhang was echter zeer zwak waardoor een directe individuele beoordeling van opvoedgedrag een betere manier lijkt om de behoefte aan opvoedhulp te kunnen bepalen, dan af te gaan op indirecte risico-indicatoren.”

Bron: nieuwspagina website VGN

Marja Hodes