Drie maanden niet op bezoek

Terug naar nieuwsoverzicht

Els de Wit is moeder van Leon die bij ASVZ woont. Als het coronavirus in Brabant toeslaat, twijfelt Els geen moment en zegt ze het bezoek van Leon af. ‘Ik wilde het niet op mijn geweten hebben dat hij iets op zou lopen en zijn huisgenoten of begeleiders zou besmetten.’

‘Het was februari, nog voordat ASVZ besloot om geen bezoek meer toe te staan op de woning. Leon zou bij mij komen logeren, maar dat heb ik afgezegd. In Brabant – waar ik woon – was een brandhaard van het coronavirus. Ik wilde absoluut voorkomen dat Leon besmet zou raken en het virus met zich mee zou nemen naar de woning. Dat was moeilijk voor hem; hij dacht dat ik ziek was. Zijn begeleiders hebben hem vaak moeten uitleggen dat ik niet ziek was, maar dat het voor iedereen beter en veiliger was.’

Verstandig

‘Ik vond het heel verstandig dat er geen bezoek mocht komen. Als instelling ga je tot het uiterste om het risico te verkleinen. Niet alleen voor de bewoners, maar ook voor de medewerkers. Ik heb veel respect voor hen. Wat zij deze maanden hebben gedaan, is fantastisch. Petje af voor hen! Ik stelde mezelf ook de vraag wat het met mijn zoon zou doen als zijn begeleiders in beschermende pakken zouden moeten werken, omdat er toch iemand ziek zou worden. Dat zou heel heftig voor hem zijn. Het zou meer met hem doen dan wanneer ik een tijdje niet langs zou komen. Daarom vond ik het persoonlijk een verstandig besluit dat er tijdelijk geen bezoek langs mocht komen. Natuurlijk was het lastig, maar de veiligheid van iedereen stond voor mij voorop.' 

Veel contact

‘Het eerste wat ik heb gedaan is een grote slagroomtaart laten bezorgen op de woning. Ik realiseer me dat begeleiders juist in deze tijd heel hard hebben gewerkt, terwijl zij na hun dienst wel weer naar huis en hun gezin moesten gaan. Ik heb wel 1000% vertrouwen in hen; bij hen voelt Leon zich veilig. 

Toen de dagbesteding dicht ging, kwam een oud-begeleider weer tijdelijk op de woning werken. Dat was fantastisch en Leon vond het prachtig. Hij timmerde samen met de jongens een nieuw kippenhok in elkaar. Dat ziet er echt hartstikke mooi uit.

Leon en ik hebben elkaar ruim drie maanden niet ontmoet. Gelukkig was er wel veel contact. We spraken elkaar veel via beeldbellen en de telefoon. En ik maakte pakketten voor de hele woning. Bijvoorbeeld met ingrediënten om zelf een zalmsalade te maken. Zo konden ze iets doen én er samen van genieten. De filmpjes die ik vervolgens via de begeleiders kreeg, waren fantastisch. Daar genoot ik van!’

Als vanouds

Toen de eerste versoepeling kwam en ik onder bepaalde voorwaarden weer op bezoek mocht komen, heb ik veel overlegd met de begeleiders. Ik realiseerde me dat het lastig was om elkaar achter een scherm te zien. Dat zou Leon niet goed begrijpen. En ik vroeg mij af wat het na mijn vertrek teweeg zou brengen op de groep. Welke onrust brengt het voor iedereen met zich mee? Daar zou mijn zoon niets mee opschieten en ik besloot nog niet langs te gaan. Toen we elkaar uiteindelijk, zonder scherm, weer zagen, was dat als vanouds. Terwijl ik mijn best deed mijn tranen in te houden, vroeg Leon opgewekt of ik wel sigaretten voor hem had meegebracht.’