Woorden, plaatjes en gebaren
In een klaslokaal begint voor Noortje een speciale les. Geen gewone leesles, maar een Leespraat-les. Eerst individueel en na de pauze in een groepje met drie andere meiden. Juli-Anne wijst aan wat ze gaan doen: woordjes, kleuren, praten met pop Max en dan ‘klaar’. Ze beginnen met het ‘matchen’ van de woorden ‘au’, ‘pappa’, ‘nee’, ‘Cato’ en ‘ijs’. De kaartjes met deze woorden liggen op tafel. Noortje heeft kaartjes met dezelfde woorden in haar hand en legt ze bij het goede woord op tafel. Daarbij zegt ze het woord of maakt ze het woordgebaar. Juli-Anne: ‘Een gebaar is ook prima, ze hoeft het niet perse te zeggen. Sommige woorden kan ze al zeggen, andere woorden nog niet.”
Hetzelfde doet Noortje met de kleuren: rood, geel, groen, oranje, blauw. De goede kaartjes met daarop de kleur en het woord op het bakje leggen met de juiste kleur. Daarna kaartjes met alleen het woordbeeld zonder kleur. Dit doet ze goed. Als deze oefening klaar is dan streept Juli-Anne het door op het lijstje van wat ze vandaag gaan doen. ‘Woordjes klaar’, ‘kleuren klaar’.
Leren lezen om te leren praten
Leespraat is een communicatie- en leesmethode. Kinderen met downsyndroom kunnen visuele informatie beter verwerken en onthouden dan gesproken informatie. Al vanaf de peuterleeftijd kun je bij hen lezen gebruiken om te leren praten. Woordenschat, articulatie en praten in zinnen kun je ermee stimuleren. Leespraat wordt gebruikt bij peuters, kleuters, schoolkinderen, tieners en zelfs volwassenen met downsyndroom. De kracht van Leespraat zit in herhaling en visualisatie. Hedianne Bosch ontwikkelde Leespraat. Juli-Anne volgde bij haar de opleiding.
Vijf dagen per week zijn twee medewerkers van ASVZ aanwezig op de Willem van Oranjeschool. Hier begeleiden ze vier leerlingen met downsyndroom in het reguliere onderwijs. De leespraat-werkmomenten hebben als doel om leerlingen nieuwe vaardigheden aan te leren, zelfstandigheid te vergroten en te ondersteunen bij het aansluiten bij de klas.
Resultaten die ertoe doen
De methode werkt niet alleen in de klas, maar ook daarbuiten. Noortje heeft thuis een knop met het woord ‘klaar’, waarmee ze haar grenzen kan aangeven. Het zorgt voor rust, minder frustratie en meer zelfstandigheid. Ook tussen de kinderen onderling zie je de effecten: ze praten samen en helpen elkaar.
Leespraat thuis en op de dagbesteding
Niet alleen op school wordt Leespraat ingezet. Moeder Nienke vertelt hoe ze tijdens de coronaperiode zelf thuis begon met de methode voor haar zoon Chris, bij wie op school taalonderwijs werd afgeraden. Daarna nam Juli-Anne de Leespraatbegeleiding over. Door Leespraat begon Chris meer te communiceren en zelfs zijn eigen
naam te schrijven. Met ‘praatpapieren’ leerde hij dagelijkse routines begrijpen en benoemen. Wat leidde tot minder frustratie en meer zelfstandigheid. Inmiddels is Leespraat verweven op zijn dagbesteding én logeeropvang.
Een vliegvakantie dankzij Leespraat
Ook in het dagelijks leven bewijst Leespraat zijn waarde. Hanneke Mauritz, moeder van Noortje, vertelt hoe ze met behulp van een visueel Leespraat-verhaal een vliegvakantie voorbereidden. “We gebruikten woorden en foto’s zoals ‘vliegtuig’, ‘riemen vast’ en ‘vakantiehuis’. Daardoor wist Noortje precies wat ze kon verwachten.” De vliegreis verliep vlekkeloos. “Ze zat helemaal op haar gemak, alsof ze het al vaker had gedaan.”
Meer dan alleen lezen
Leespraat is meer dan een lees- en praatmethode. Het is een brug naar communicatie, zelfstandigheid en zelfvertrouwen voor mensen voor wie praten niet vanzelfsprekend is. Het helpt bij dagelijkse handelingen, het voorbereiden op spannende gebeurtenissen en het vergroten van de wereld van het kind. Zoals Hanneke het mooi samenvat: “We hebben nu een tool in handen om haar wereld begrijpelijker te maken.”
Leespraat is onderdeel van Early Intervention.